

ARTIKEL
III
6 / 8
In de Successiewet 1956 wordt artikel 32, vijfde lid, vervangen door:
5. Onder lijfrenten worden verstaan lijfrenten als bedoeld in artikel
3.125 van de Wet
inkomstenbelasting 2001, welke zijn verzekerd bij een verzekeraar als
bedoeld in artikel 3.126 van
die wet, alsmede aanspraken op tegoeden van lijfrentespaarrekeningen of
waarden van
lijfrentebeleggingsrechten als bedoeld in artikel 3.126a van die wet,
voorzover de terzake voldane
premies respectievelijk de overgemaakte bedragen voor de heffing van de
inkomstenbelasting als
uitgaven voor inkomensvoorzieningen in aftrek konden worden gebracht.
ARTIKEL IV
In de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 wordt aan artikel 25 een
lid toegevoegd,
luidende:
5. De dividendbelasting die op grond van artikel 9.2, vijfde lid, van
de Wet
inkomstenbelasting 2001 niet als voorheffing in aanmerking wordt
genomen, wordt als voorheffing
aangewezen:
a. van de kredietinstelling, bedoeld in artikel 3.116a
onderscheidenlijk in
artikel 3.126a van de Wet inkomstenbelasting 2001, indien die
instelling een bedrag ter grootte
van die dividendbelasting overmaakt naar de spaarrekening eigen woning,
onderscheidenlijk naar
de lijfrentespaarrekening van degene bij wie de dividendbelasting niet
als voorheffing in
aanmerking wordt genomen;
b. van de beheerder van de beleggingsinstelling, bedoeld in artikel
3.116a
onderscheidenlijk in artikel 3.126a van de Wet inkomstenbelasting 2001,
indien die beheerder een
bedrag ter grootte van die dividendbelasting aanwendt ter verkrijging
van een of meer
geblokkeerde rechten van deelneming in die instelling ten behoeve van
degene bij wie de
dividendbelasting niet als voorheffing in aanmerking wordt genomen.
ARTIKEL V
In de Wet op de dividendbelasting 1965 wordt in artikel 4, zesde lid,
“als bedoeld in artikel
19g, derde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964″
vervangen door: als bedoeld in artikel 19g,
derde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 of als bedoeld in
artikel 3.126a van de Wet
inkomstenbelasting 2001.
ARTIKEL VA
In artikel 23 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer 1970 wordt
“7 percent” vervangen
door: 7,5 percent.
ARTIKEL VI
In artikel 475c, onderdeel d, van het Wetboek van Burgerlijke
Rechtsvordering wordt na
“lijfrente,” toegevoegd: waaronder mede worden
verstaan uitkeringen ten laste van een
lijfrentespaarrekening of ten laste van de waarde van een
lijfrentebeleggingsrecht als bedoeld in
artikel 3.126a, vierde en zesde lid, van de Wet inkomstenbelasting
2001,.
ARTIKEL VIA
Artikel 4:25 van de Wet op het financieel toezicht wordt als volgt
gewijzigd:
Aan het eerste lid wordt een volzin toegevoegd, luidende: Onder nadere
regels met betrekking
tot de in acht te nemen zorgvuldigheid worden mede verstaan regels met
betrekking tot de kosten
die de financiële onderneming in rekening brengt indien de
deelnemer, consument of cliënt een
overeenkomst inzake een financiële dienst of een financieel
product beëindigt en een overeenkomst
met betrekking tot die financiële dienst onderscheidenlijk dat
financieel product aangaat met een
andere financiële onderneming.
ARTIKEL VIB
7 / 8
Onze Minister van Financiën zendt binnen vijf jaar na de
inwerkingtreding van deze wet aan de
Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van
deze wet in de praktijk.
ARTIKEL VII
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2008.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en
dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de
nauwkeurige uitvoering de hand
zullen houden.
Gegeven
De Staatssecretaris van Financiën,
Bsparen.nl
de site over banksparen en eigenwoning 0570- 514158 Ab Hakeboomstraat 13 7425 SR Deventer Copyright© www.bsparen.n